|
Hij wil zich wel verdiepen
in dat roze gevalletje
dat daar krijsend tussen zijn benen ligt
Hij wil zich wel verplaatsen
in dat van God gegeven monster
dat zijn hart verstikt Hij wil dat
roze kreng wel
betasten en bevoelen, strelen zelfs
maar alles zit tegen Hij wil dat
mormel wel koesteren
voeden en verzorgen
dat mormel dat het beddegoed bevlekt
Hij wil wel genieten
van dat vijgje, dat twijgje
dat zo vaak zo’n pijn doet Hij wil
zich wel bevredigen
op dat ultieme gevoel van man-zijn
maar zijn wezen wil het niet Hij wil
dat wezen wel omarmen
hartverwarmen
maar wil in wezen niet.
|